|
Knee drop Één van de eenvoudigere trucjes die je kunt doen op de slackline id de "knee drop". Hierbij zet je één van je knieën op of naast de lijn. Bij de knee drop is het belangrijkste om je voeten voldoende ver uit elkaar te zetten. Rust hiervoor op de voorste voet en schuif de achterste voet langzaam iets naar achteren. Iets moeilijker is het nemen van een grote stap om in positie te komen.  Als je eenmaal goed staat, zak je langzaam door je knieën terwijl je goed blijft focussen. Je kunt nu kiezen of je de knie op de lijn laat rusten of tot naast de lijn laat zakken. In het eerste geval moet je een beetje voelen en mikken om de knie goed op de lijn te krijgen. Als je knie naast de lijn laat zakken kun je dat links of rechts van de lijn doen. In het ene geval gaat de knie onder je door zodat beide benen gekruist zijn. Dit kan eng zijn omdat je bij een val van de lijn met je knie op de grond kan vallen. Laat je de knie naast je zakken, probeer dan de grond te raken, als de lijn niet te hoog hangt. Springen Een leuke truc voor de wat gevorderde slackliner is het springen op de lijn. Hiermee wordt bedoeld dat je al op de lijn staat, een sprong maakt en weer op de lijn landt. Er zijn zeer veel verschillende sprongen, van redelijk eenvoudig tot zeer moeilijk. De eenvoudigste sprong is het gewoon loskomen van de lijn en eventueel een klein stukje verplaatsen op de lijn. Hieronder kun je lezen hoe de eenvoudigste sprong geleerd kan worden en hoe je een aantal varianten kunt proberen, als je deze onder de knie hebt. Om de eenvoudigste sprong te maken kun je het best zo op de lijn gaan staan dat je naar het uiteinde van de lijn kijkt. Zet je voeten op ongeveer 45 graden schuin op de lijn. Gebruik, zeker in het begin, een strakke lijn die niet al te hoog hangt. Loskomen lukt alleen als de lijn niet teveel doorhangt. Als de lijn teveel doorhangt zul je heel hoog moeten springen om los te komen. Op lijnen die wat minder strak zijn kun je op het uiteinde soms wel loskomen. Durven springen Voor veel mensen is het idee om los te komen een beetje beangstigend. Je kunt voor jezelf de grens steeds een beetje verleggen. Wat helpt is proberen zo voorwaarts af te zetten dat je gaat schuiven op de lijn. Voor je gevoel heb je dan al minder contact met de lijn. Door steeds minder voorwaarts af te zetten, maar meer naar boven krijg je steeds meer het gevoel van springen. Als je meer durf hebt kun je gelijk naar boven afzetten. Landen Probeer in eerste instantie met je voeten dwars op de lijn te landen. Je kunt later je voetenwerk wat verbeteren. Blijf tijdens je "vlucht" en de landing naar je focuspunt kijken. Heb je weer contact met de lijn, zak dan gelijk door je knieën. Dit vangt niet alleen de sprong op, maar helpt je ook bij het vinden van je balans. Tijdens het afzetten en de vlucht heb je waarschijnlijk je armen wat omhoog. Gooi die bij je landing gelijk weer opzij. Tips Bounce voor het afzetten een beetje. Dit helpt bij het concentreren en zorgt voor een betere verticale afzet. Ga niet teveel in het midden staan. Probeer verschillende afstanden tot de boom uit en kijk wat het beste voelt voor jou, op de lijn zoals die op dat moment is gespannen. Neem de tijd voor je springt, maar wacht ook niet te lang. Je hebt tijd nodig om je te concentreren en een goede verticale afzet te maken. Ga je te snel, dan is de kans groter dat je zijwaarts afzet. Wacht je te lang, dan kun je uit je concentratie raken. Trek je benen hoog in, dan wordt je sprong hoger.
Varianten - Grotere afstanden voorwaarts.
- Achterwaarts springen.
- Een draai maken tijdens de sprong.
- Je voeten pakken tijdens het springen.
- Zijwaarts op de lijn staan en zijwaarts springen.
- Zijwaarts op de lijn staan en springen met draai.
- Spring voorwaarts en zet de voet die je bij het afzetten voor had, achter bij het landen.
- Maak meerdere sprongen achter elkaar.
|